· 

Pesten, je kunt er niets aan doen!

Rutger treuzelt, hij wil niet naar school. Zijn moeder wil dat hij opschiet, omdat hij anders te laat komt. Ze begint een beetje boos te worden. Eerst wilde hij zijn bed niet uitkomen, bleef een half uur onder de douche staan, at z’n brood tergend langzaam op en nu heeft ze de grootste moeite om hem op zijn fiets te krijgen op richting school. Rutger geeft geen sjoege, elke minuut die hij niet op school is, is er één. Als hij lang genoeg treuzelt is de bel al gegaan en kan hij stilletjes in de klas op zijn plek gaan zitten, zonder het mikpunt te zijn van pesterijen. In de klas wordt hij ook gepest, maar op de gangen, in de aula en het schoolplein is het nog erger. Nu kan de juf hem soms nog redden.

 

Pesten; het gebeurt, het wordt afgekeurd, er wordt op gelet, over gepraat, het is in de media en iedereen kent pesten uit eigen ervaring. Als slachtoffer, dader of omdat het in de klas gebeurde en je het van de zijlijn liet gebeuren. En toch blijft het hardnekkig bestaan. Op scholen, bedrijven, sportclubs en via social media. Waarom is dat? Waarom kunnen we pesten niet uitroeien?

Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we eerst terug naar de prehistiorie, naar het vroegste tijdperk in de menselijke geschiedenis. Mensen zijn kuddedieren en leefden in familiegroepen. In deze groepen trok men rond, op zoek naar voedsel. De taken waren duidelijk verdeeld; mannen jaagden en vrouwen zorgden voor de kinderen, verzamelden zaden en eetbare planten, de kinderen hielpen de vrouwen mee zodra zij daartoe in staat waren. Het leven was zwaar maar de sociale structuur was eenvoudig. Hoe ouder je was hoe meer gezag je had. Deze mensen hadden elkaar nodig om in leven te blijven. Buiten de groep vallen was letterlijk levensgevaarlijk. De groep beschermde je, bij ziekte en gevaar. Ieder individu had een rol en een taak in de groep. Al deze rollen waren nodig om de groep soepel te laten functioneren.
Als we naar deze familiegroepen kijken zien we dus drie dingen;

  1.       Een duidelijke sociale structuur; de stamoudste was de baas en bepaalde de regels, er bestond een duidelijke rolverdeling.

  2.       Een gezamenlijk doel; voldoende voedsel vinden om te overleven.

  3.       Wederzijdse afhankelijkheid; de groep biedt veiligheid en de groep heeft ieder groepslid nodig om te kunnen bestaan.

 

Deze zaken zitten in ons dna verweven, ieder van ons heeft nog een stukje oermens in zich. En voelt zich in een groep dus comfortabel als er een duidelijke sociale structuur is met bijbehorende regels. Als er een gezamenlijk doel is. Dit doel is tevens de lijm die de groep bindt. Je hebt elkaar nodig om dit doel samen te bereiken. En het collectieve van de groep geeft je zekerheid, veiligheid en zorgt dat je je geborgen voelt.  Het is je oerinstinct. En precies dit instinct zorgt ervoor dat je in paniek situaties handelt zonder er over te hoeven nadenken. Je kunt je oerinstinct ook haast niet onderdrukken.
Naast oerinstinct heb je als mens ook een aantal  sociale basisbehoeften. Schütz (1973) beschrijft er drie;

  1. Inclusie; je wilt erbij horen      
  2. Controle; je wilt invloed kunnen uitoefenden in sociale situaties
  3. Affectie; je wil aardig gevonden worden, genegenheid geven en ontvangen.

Deze drie sociale basisbehoeften sluiten nauw aan op je oerinstinct. Als je erbij hoort ben je veilig, als je invloed hebt, ben je waardevol voor de groep en als je aardig gevonden wordt, zal men je niet uit de groep verstoten.

Ten derde kennen we het fenomeen groepsdruk. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat je geneigd bent eerder te vertrouwen op het oordeel van de groep dan op je eigen oordeel. Zelfs als het oordeel van de groep je leven in gevaar brengt. Mocht je me niet op mijn woord geloven, zal dit experiment mijn woorden kracht bij zetten; https://www.youtube.com/watch?time_continue=3&v=-IBO-jmHt9k

 

Je zult je positie in de groep vanuit je instinct en je sociale behoeften verdedigen. Eventueel ten koste van een ander groepslid. Nu we deze gegevens kennen, kunnen we ontdekken waarom er zoveel gepest wordt, bijvoorbeeld op scholen.
In ons schoolsysteem delen we kinderen in op leeftijd. Hierdoor ontstaat een onnatuurlijke groep. Deze kinderen kiezen elkaar niet uit om een groep te vormen en er is geen logische en duidelijke hiërarchie. Op bepaalde momenten is er een duidelijke leider in de groep. Dat is de docent die met regels en sancties de regie heeft in de groep. Op vrije momenten is deze leider er niet, denk aan pauzes, leswissels, speelkwartier etc. Op dat moment moet de groep zelf een nieuwe leider kiezen. Dat kan niet op autoriteit of leeftijd, aangezien ze allemaal even oud zijn. Daarnaast heeft deze groep kinderen geen gezamenlijk doel, zoals onze familiegroepen in de oertijd. De één wil graag over, de ander zit zijn tijd uit en een derde wil graag plezier hebben op school. Deze twee factoren brengen veel onduidelijkheid in de groep. Er is constant een machtsstrijd gaande om het leiderschap van de groep (controle), iedereen wil graag bij de groep horen (inclusie) en iedereen wil aardig gevonden worden (affectie). Deze laatste twee worden extra versterkt als de groepsdruk toeneemt. Je zult meedoen met wat de groep of de leider wil, om niet uit de gratie te vallen bij de individuele groepsleden en daarnaast wil je bij de groep blijven horen, want dat is veilig.
Deze onduidelijkheid in de groep zorgt voor onveiligheid. Vragen als; wat zijn de regels, wie is de baas, welke normen en waarden worden gehanteerd, zullen zich aan je opdringen. Soms bewust, vaak onbewust. En dan zet je oerinstinct je aan tot handelen. Je zoekt razendsnel naar één of meerdere gelijkgestemden in de groep en sluit in nanoseconden andere mensen uit. Sluiten jij en je gelijkgestemden instinctief dezelfde persoon uit, dan zal deze het slachtoffer kunnen worden van pesten. Je hebt een gezamenlijke vijand gemaakt. Hierdoor neemt je gevoel voor paniek af, omdat aan al je behoeften is voldaan. Wanneer je positie in de groep in gevaar dreigt te komen, ben je bereid om een ander groepslid te offeren. Waarom sluit je vaak dezelfde persoon uit als je gelijkgestemden? Dit heeft te maken met de groepsnorm; heeft iedereen een spijkerboek aan dan is dat de aangenomen groepsnorm, diegene met een ribbroek voldoet niet aan de groepsnorm en wordt dus wordt uitgesloten. Deze verkeerde broekkeuze kan iemand dus de rest van het schooljaar blijven achtervolgen. Door dit gegeven wordt duidelijk dat iedereen pestslachtoffer kan worden. Maar ook dader. Voel je je onveilig in een groep, kan je instinct het over nemen en handel je onbewust. Neemt de groep dit gedrag over, dan wordt er gepest. Je kunt er niets aan doen, het is de natuur.
Docenten zijn zich vaak niet genoeg bewust van dit groepsgedrag en de invloed die zij kunnen uitoefenen. Als oudste binnen de groep en door je autoriteit als docent of groepsleerkracht, kun je de normen en waarden voor de groep vaststellen. Je kunt met de groep regels en sancties afspreken en een gezamenlijk groepsdoel stellen. Hiermee kun je veel verschil maken in het groepsproces en dus in potentieel pestgedrag. Als kind kun je deze ingewikkelde materie niet overzien, maar wij als volwassenen wel. Wij brengen kinderen in deze positie, door ze in onnatuurlijke groepen te plaatsen. Daarmee zijn we ook verplicht om de kinderen te beschermen tegen elkaar en zichzelf. Want niemand wil pesten, alle kinderen willen het leuk hebben met elkaar. Daar ben ik van overtuigd.

Reactie schrijven

Commentaren: 0