Een fijne klas, de droom van iedere docent!

Duncan schiet gillend van zijn stoel en rent wapperend met zijn armen door het lokaal. Ik sta even verbaasd te kijken en probeer razendsnel te bedenken hoe ik het beste op deze situatie kan reageren. Duncan heeft een autisme en kan door zijn beperking eigenlijk niet meekomen op de reguliere middelbare school waar hij nu zit. Veel leerlingen hebben moeite met Duncan. Hij ziet er anders uit, is vaak onverzorgd, is heel jong in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling en reageert nooit zoals ze verwachten. Duncan dreigt ten prooi te vallen aan pesterijen. Maar gelukkig zit hij in klas 1GTB. Dit is wat er gebeurde in mijn les. Voor dat ik kon reageren, begrijpt de groep wat er aan de hand is. Duncan is heel erg bang voor wespen en heeft niet door dat de wesp die door het open raam naar binnen vliegt eigenlijk een bromvlieg is. Vier leerlingen springen ook van hun stoel en rennen naar Duncan om hem te kalmeren. Een aantal anderen gaan op vliegenjacht, gewapend met een glas (van mijn bureau getrokken en gelukkig leeg) en een multomap. “Niet doodmaken”, roept een meisje van achter uit de klas, “dat wil Duncan niet”. Duncan heeft inderdaad een vreselijke hekel aan de dood en houdt van alle dieren, ook van wespen al is hij er bang voor. De leerlingen die geen actieve taak hebben coördineren zo goed als het kan de vliegenjacht. En binnen een paar minuten, is de vlieg gevangen in het glas. “Kijk eens Duncan, het is maar een vlieg. Daar ben je niet bang voor toch?” zegt de jongen die de vlieg met behulp van zijn klasgenoten gevangen heeft. Duncan komt tevoorschijn uit het groepje dat hem kalmeerde en samen laten ze de vlieg door het open raam weer vrij. “We doen het raam dicht, juf en de deur open, ok? Dan kunnen er geen beesten meer binnen vliegen.” Ik knik en verbaas me over wat er zojuist gebeurde. Vervolgens word ik zo trots op mijn klas, die weer aan het werk is, alsof er niets gebeurde. En dit was geen uitzondering. De klas beschermde Duncan in de pauzes en tijdens de leswissels. Hij hoorde erbij. Hij was een vreemde eend in de bijt, maar wel onze vreemde eend.

Hoe is het mogelijk dat deze klas, een jongen die duidelijk niet bij ze past, niet mee kan in de klas en raar gedrag vertoont, niet wordt verstoten en gepest in de klas en dat de klas hem ook beschermt en afschermt tegen leerlingen uit andere klassen die hem tot pispaal willen maken. En hoe kunnen zij na zo’n incident als hierboven beschreven, verder aan het werk gaan. Zonder daartoe gemaand te worden door de docent. Het antwoord is positieve groepsvorming, actief gestimuleerd vanaf de eerste keer dat deze groep samenkwam.

 

Droom

Dit klinkt als de droom van iedere docent. Een klas die zichzelf reguleert en functioneert zonder inbreng van de docent. Waardoor deze docent zich kan bezig houden met lesgeven in plaats van met politieagent spelen. Gaat het altijd zo goed? Nee, natuurlijk niet. Ook in deze klas moeten er soms tranen gedroogd en ruzies beslecht worden. Maar het is een klas waar iedereen zich veilig voelt om zichzelf te kunnen zijn en om te kunnen leren en waar de docent energie van kreeg en kon genieten van het contact met deze pubers.

Maar de werkelijkheid is dat de docent met de klas, hard gewerkt heeft om deze sfeer te bereiken. Dat de bergen ook diepe dalen kenden en dat deze klas bij sommige collega’s helemaal niet goed functioneerde. En dat heeft alles te maken met de groep. En met de leider van de groep, de docent voor de klas. En het is een proces waar je als docent ontzettend veel invloed op hebt. Ook als je niets doet met groepsvorming. Want de groep vormt zich toch wel. Met of zonder inmenging van de docent.

 

Instinct

De mens is van nature een kuddedier. Kuddes hebben elkaar nodig om te kunnen overleven. Alleen val je makkelijk ten prooi aan de vijand, dus doe je alles wat in je macht ligt om bij de groep te horen en zijn bescherming te verdienen. Zelfs als dat indruist tegen je eigen kennis, inzicht of persoon. Pubers zijn bezig om zichzelf te vinden. En om uit te vinden wie zij zijn, maken zij zich los van hun ouders en zoeken zij onder hun leeftijdsgenootjes naar overeenkomsten en verschillen. Zo ontwikkelen zij hun eigen identiteit. Hierin is de klas waarin zij zitten erg belangrijk. In deze groep met leeftijdsgenootjes brengen zij het grootste gedeelte van de tijd door. De onzekerheid die hoort bij de adolescentie wakkert het instinct aan om bij de groep te willen horen en door de groep geaccepteerd te worden. De groepsnormen en het gedrag van de leden van de groep hebben veel invloed op het gedrag van elk lid van groep.

Gedrag van leerlingen is ook een veelbesproken onderwerp onder docenten. Soms gaat het om een enkele leerling, maar vaak ook over een hele klas die zich niet naar behoren gedraagt. De reactie die docenten en scholen hierop geven is meestal curatief en gericht op snel resultaat. Logisch, want in een klas waar het niet stil is, er dingen door het lokaal vliegen of leerlingen hun eigen gang gaan, kan er geen les gegeven worden. Helaas kan er ook niet geleerd worden als er geen gevoel van veiligheid is. Emotie is immers de basis van al het leren en de motor achter aandacht, waarneming en ons gedrag. (Marzano, 2011) En ondanks dat het door maatregelen als strafwerk, nakomen en uit de les gestuurd worden, wel rustiger wordt in de klas, wordt de groep niet veiliger. Deze maatregelen, lijken dus ogenschijnlijk te werken, maar zorgen niet voor een beter leerklimaat. Hiervoor is veiligheid nodig binnen de groep. Wanneer is een groep dan wel veilig? Een veilige groep is een groep waarin iedereen het idee heeft dat hij of zij mee mag doen, zonder dat dit risico’s met zich meebreng en dat je dus loyaal kunt zijn aan je persoonlijke voorkeuren zonder te worden uitgelachen. (Bakker-de Jong, 2016)

 

Mentor

Zo zien we dat een veilige groep bijdraagt aan de persoonlijke ontwikkeling van de leerling, het gedrag van de leerling, het gedrag van de groep en het leerproces van de leerling. Een veilige groep is dus een win-win-win-win situatie. Mentoren kunnen veel invloed uitoefenen op hun groep en deze vormen tot een groep waar een veilig klimaat heerst. Dit vergt wel veel investering vanaf het eerste moment dat de groep als klas bij elkaar komt. Daarnaast moet de regie en de investering die je als mentor aan de groep geeft passen bij de fase waarin de groep zich verkeerd.

Het groepsmodel van Tuckman wordt veelvuldig gebruikt om de ontwikkeling van een groep te beschrijven. In dit model zijn vijf fases te herkennen. Deze fases helpen je om te begrijpen wat een groep nodig heeft om zich positief te kunnen ontwikkelen. Dit maakt dat je er regie op kunt voeren en daarmee kunt voorkomen dat de leerlingen zelf bepalen wat de normen van een groep worden.  (Bijlsma, 2015).

Wanneer een groep goed begeleid wordt zullen er twee fases samenvallen; forming en norming. De leerlingen leren elkaar kennen, ontdekken hoe de dingen werken in de nieuwe groep en er worden afspraken gemaakt. Hoe gaan we met elkaar om, wat kan wel en wat kan niet. Het samenvallen van deze twee fases is heel erg belangrijk voor het verdere verloop van het groepsproces. En daarmee met gedrag dat leerlingen laten zien in de klas. Wanneer de formele leider van de groep, de mentor de klas niet begeleid in het worden van een groep. Zal de klas, nadat zij elkaar een beetje hebben leren kennen, over gaat tot de stormingfase. De groep probeert uit te vinden wie er de baas is.

Mensen willen erbij horen, willen invloed kunnen uitoefenen en aardig gevonden worden. Dat zit in onze natuur. Ieder lid van de groep heeft deze behoeftes. Wanneer er niet voldaan wordt aan deze behoeften ontstaat er onrust en boosheid.  De groepsvorming zal dan gepaard gaat met het opstellen van een ‘pikorde’. Agressie en onlustgevoelens worden graag afgereageerd op leerlingen die op een of andere wijze buiten de groepsnorm vallen en onderaan de hiërarchie bungelen. (Geerlings, 2007) Er zal gepest worden en dit zorgt ervoor dat de veiligheid nog verder afneemt. Iedere leerling zal zijn positie in de groep proberen te handhaven of een hogere positie in te nemen. Dit gaat gepaard met machtsstrijd. De groepsleden observeren elkaar goed en nemen het gedrag aan van de meerderheid. Dit kan zich uiten in ongewenst gedrag, maar ook in gebrek aan motivatie of  desinteresse. Elke leerling in de groep wordt in een bepaalde rol gedrukt die past bij de normen in de groep en bij zijn of haar positie binnen  de groep, ongeacht of deze rol ook past bij de leerling als persoon. De leerling kan dan dus niet zichzelf zijn. Dit gegeven maakt dat de groep zeer onveilig is. Hierdoor ontstaan er binnen de groep een subgroepen. Leerlingen zoeken andere leerlingen op die ze kennen of waarin ze zich herkennen, op zoek naar veiligheid.

De mentor kan dit proces voor zijn door in de formingfase de leiding van de groep op zich te nemen en samen met de leerlingen de normen van de groep te bepalen. Dit wil zeggen dat de mentor de waarden en normen van de school én van zichzelf vertaalt naar het gedrag van alledag. (Bijlsma, 2015) De regels van de school worden geïntegreerd in de normen en waarden van de groep en de doelen worden bepaald. In de stormingfase is dan enorm van belang dat de mentor, de leider van de groep, het goede voorbeeld geeft én regie voert op de regels en normen van de groep. Door dit te doen kan de informele leider de regels en normen van de groep niet meer bepalen. Indien de mentor geen regie voert op de regels zal de informele leider van de groep het gezag van de formele leider, de mentor, steeds proberen te ondermijnen. De leden van de groep zullen dit gedrag gaan kopiëren om erbij te horen.

Indien de groep goed begeleid wordt zal de informele leider zich confirmeren aan de formele leider en zich houden aan de normen en regels die de groep heeft afgesproken. Dit zal resulteren in een groep die zich goed laat sturen door de mentor.

Na deze fases kan de groep gaan presteren. Iedere leerling voelt zich veilig én geaccepteerd. Hierdoor is er ruimte om te kunnen leren en zal ook de intrinsieke motivatie geprikkeld worden.

Als mentor is het van belang om de leerlingen in deze fase te krijgen. De fase waarin de groep zich bezig kan houden met leren en presteren.

 

Vakdocenten

Wanneer je als vakdocent voor een klas staat die in de performingfase zit, kun je veel met een klas bereiken. Het is mogelijk verschillende werkvormen te gebruiken en gedifferentieerd les te geven, zonder bang te zijn om je om te draaien. Mits je in staat bent om het formele leiderschap over te nemen van de mentor van de klas. Hiervoor is het van belang dat je regie voert op de normen en regels van deze klas. Indien je regie voert op andere regels en normen dan de klas hanteert is de kans groot dat je ondermijnt gaat worden door de informele leider en daarmee door de klas. De klas zal sabotagegedrag laten zien. Ze geven hiermee subtiel en onbewust aan dat ze verschillen ervaren in hoe ze als groep worden benaderd door de mentor en de vakdocent, dit geeft een gevoel van onveiligheid.

Binnen een team is er vaak geen afstemming over regels en afspraken, of ze worden niet door iedereen op dezelfde manier toegepast. Hierdoor is voor de klas niet helder wat wel mag en wat niet mag, wat de regels en de afspraken zijn en wat de consequenties zijn wanneer ze zich niet aan die regels houden. Er wordt een basis van onrust gecreëerd. (Bijlsma, 2015) Hierdoor is het dus mogelijk dat een klas bij de ene docent heel goed functioneert en deze zelfde groep leerlingen bij een andere docent veel minder. Het is op dat moment verstandig om samen te kijken naar de normen en regels van een groep en hier op dezelfde manier regie op te voeren.

 

Leerling

Leerlingen in het voortgezet onderwijs zijn ontzettend in ontwikkeling. Ze evalueren van kind naar jongvolwassene. Ze veranderen in een korte periode op heel veel gebieden; lichamelijk, seksueel, hormonaal. Maar ook de hersenen en hun functionaliteit veranderd, waardoor ze zich bewust worden van hun eigenheid. Ze experimenteren met gedrag om hun identiteit te ontwikkelen. Om dat goed te kunnen doen, hebben ze het nodig zich los te maken en te onderscheiden van hun ouders en zich onafhankelijk op te stellen tegenover hun docenten en andere volwassen. Om diezelfde reden is de groep waartoe zij willen behoren voor jongeren heel belangrijk. (Prinsen, 2009) Deze veranderingen gaan gepaard met veel onzekerheid. De behoefte naar veiligheid is enorm.

Een leerling op het voortgezet onderwijs heeft iedere dag een enorme uitdaging. Hij is bezig te ontdekken wie hij zelf is en wat hij voorstelt in de groep. Daarnaast ziet hij veel docenten op een dag, die allemaal hun eigen regels hanteren, die ook nog kunnen afwijken van de regels van de groep. En dat terwijl deze groepsregels nog een veel belangrijkere rol spelen dan maatschappelijke regels en wetten. Dat komt omdat de samenwerking tussen de frontale cortex en het emotionele brein ontwikkeld. Voor docenten betekent dat zij, veel gelegenheid moeten bieden om hun leerlingen doormiddel van geschikte werkvormen onderling te laten discussiëren over de regels die gelden en die over hoe je met elkaar omgaat, over je houding tegenover de les en de docenten en te reflecteren op concrete gebeurtenissen in de groep en tijdens de les. Door daar ervaringen mee op te laten doen, stellen zij hun leerlingen in staat te leren. De tijd die dat kost wordt ruimschoots teruggewonnen doordat leerlingen ook beter in staat raken van elkaar en van de docenten te leren op het gebied van vakkennis. (Prinsen, 2009)

 

Genieten

De  droom van iedere docent, een klas die goed functioneert en waarin je geen politieagent hoeft te zijn, is dus niet zo ver weg. Het ligt binnen handbereik. Maar het vergt wel werk. Hard werken om de regie te krijgen en te houden. Maar het resultaat mag er zijn; een fijne groep waar je als docent kunt genieten van het contact met de pubers, in al hun eerlijkheid en met moodswings, irritaties en lachsalvo’s, omdat iedereen mag zijn wie hij is. Waardoor zelfs een jongen als Duncan zich geborgen en veilig kan voelen, omdat z’n klasgenoten hem beschermen tegen wespen, vliegen en andere nare dingen die binnen de muren van de school leven. Duncan heeft uiteindelijk de klas moeten verlaten omdat ze hem op het speciaal onderwijs beter konden helpen. Maar het jaar dat hij in klas 1GTB heeft gezeten was zijn leukste jaar in zijn onderwijscarrière. Zo zie je maar, één leraar kan het verschil maken.

 

Over de auteur

Marloes Geurts-Jacobs heeft tien jaar lang als docent Geschiedenis voor de klas gestaan. Ook heeft zij een aantal jaren gewerkt als leerlingbegeleider en anti-pestcoördinator op een vmboschool. Nu werkt ze met en voor scholen om passende oplossingen te zoeken voor jongeren die problemen ervaren in het onderwijs. Ook geeft ze advies, trainingen, gastlessen en coaching voor en aan jongeren en docenten met het oog op passender onderwijs.

 

Literatuurlijst

Alblas, G. H. (2001). Sociale psychologie voor het onderwijs. Groningen: Wolters-Noordhoff.

Bakker-de Jong, M. e. (2016). Handboek positieve groepsvorming. Oirschot: Quirijn.

Bijlsma, J. (2015). Klasse(n)kracht: met respect voor de klas, in 7 stappen naar een veilig en sociaal groepsklimaat. Almere: Sabine Kokee, Leuker.nu.

Carmona van Loon, E. (2016). Regie versterken in het onderwijs, worden wie je bent. Amsterdam: SWP.

Fiddelaers-Jaspers, R. e. (1997). Communicatie in de klas. Houten: EPN.

Geerlings, T. e. (2007). Lesgeven en zelfstandig leren. Assen: Van Gorcum.

Kohnstamm, R. (2002). kleine ontwikkelingspsychologie deel 3. Houten/Diemen: Bohn Stafleu Van Loghum.

Kramer, J. (2014). Deep democracy. Zaltbommel: Thema.

Marzano, R. e. (2011). Leren in 5 dimensies. Assen: Van Gorcum.

Prinsen, H. e. (2009). Pubers van nu! Praktijkboek voor iedereen die met pubers werkt. Houten: Bohn Stafleu vn Loghum.

 

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0

Meer weten?

Huiswerk met een koekje, Breda

marloes@huiswerkmeteenkoekje.nl

tel: 06-10339167

Klik hier om je te abonneren op onze blog.